vrijdag 12 april 2013

FPA certificering - oefenvragen (2)

Like last time, an apology to the english language visitors of this blog. In this post you find part 2 of a series of certification questions for the nesma 2.2 examination.

11. Niveau's van complexiteit
Welke drie niveaus van complexiteit worden onderscheiden? Kruis er drie aan:
a. Eenvoudig
b. Complex
c. Moeilijk
d. Simpel
e. Gemiddeld

12. Functiepunten per complexiteit
Vul het aantal functiepunten per complexiteit in:
EGM
Interne logische gegeve. Verz
Koppelingsgegevensverzameling
Invoerfunctie
Opvraagfunctie
Uitvoerfunctie

13. Functionele omvang
Wat is de Functionele omvang van een informatieverwerkend systeem?
a. De verzameling gebruikersfuncties;
b. De som van het aantal functiepunten van de gebruikersfuncties;
c. De verzameling gegevensverzamelingen en de verzamelde gebruikerstransacties;

Hoofdstuk 3
14. Stappen
Welke stappen worden uitgevoerd bij het maken van een functiepunten telling? (meerdere antwoorden!)
a. Vaststellen aard van de telling;
b. Verzamelen beschikbare documentatie;
c. Stel de systeemgrens vast;
d. Identificeer de gebruikersfuncties en stel de complexiteit hiervan vast;
e. Controleer het resultaat bij de gebruikers;
f. Stem het resultaat af met andere FPA experts indien er interpretatiepunten zijn geweest;
g. Stel vast wie de gebruikers zijn;
h. Stel vast wie de doelgroep is;
i. Stel vast wie de opdrachtgever is;
j.Stel de informatie uitwisseling met andere informatiesystemen vast;

15. indicatieve functiepunten telling
Wat is nodig voor een indicatieve functiepunten telling?
a. Een objectmodel met de volledige levenscyclus van elke klasse;
b. Het logisch gegevensmodel in 5e normaalvorm;
c. Een conceptueel gegevensmodel;

16. De formule voor een indicatieve telling
De formule voor een indicatieve telling op basis van een conceptueel gegevensmodel is:
35 x #ILGV's + 15 * #KGV.
Motiveer de formule;

17. De formule voor een indicatieve telling
Wat is de formule voor een indicatieve telling op basis van een genormaliseerd gegevensmodel?

18. Bronmateriaal
Geef aan welk bronmateriaal noodzakelijk is voor een indicatieve (I), globale (G) of gedetailleerde (D) telling noodzakelijk is:
a. Een conceptueel of genormaliseerd gegevensmodel;
b. Een model dat de gegevensverzamelingen en hun onderlinge relaties toont;
c. Een model dat alle logische gegevensverzamelingen toont met hun onderlinge relaties, en de samenstelling van de logische gegevensverzamelingen;
d. Een model dat de systeemfuncties en hun detaillering tot op data element niveau laat zien met hun ingaande- en uitgaande informatiestromen;
e. Een indicatie waar de logische gegevensverzamelingen worden onderhouden;
f. Een model dat de systeemfuncties laat zien met hun ingaande- en uitgaande informatiestromen;
g. De informatiestromen die lopen tussen het te tellen informatiesysteem en zijn omgeving;
h. Een detaillering van de ingaande en uitgaande informatiestromen en hun detaillering op data element type niveau;

19. Kenmerken
Welke kenmerken dient een informatiesysteem te bezitten?
a. Verzamelen van informatie;
b. Bewaren van informatie;
c. Verplaatsen van informatie;
d. Bewerken van informatie;
e. Veranderen van informatie;
f. Combineren van informatie;
g. Presenteren van informatie;

20. Productomvang
Wat is de formule voor de productomvang van een gewijzigd informatiesysteem?
a. NieuweOmvang = OudeOmvang+NieuweFuncties-VerwijderdeFuncties+GewijzigdeFuncties
b. NieuweOmvang=OudeOmvang+NieuweFuncties-VerwijderdeFuncties+(GewijzigdeFunctiesNieuw-GewijzigdeFunctiesOud);
c. NieuweOmvang=NieuweFuncties+GewijzigdeFuncties+VerwijderdeFuncties

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen