maandag 20 januari 2014

Oefenvragen BiSL - antwoorden

Apologies to English language readers that this blogpost is again in Dutch.

Deze post bevat de antwoorden voor het oefen examen in deze post. Correspondentie over de samenstelling van de oefenvragen en de antwoorden is welkom.

1 Wat is GEEN proces op richtinggevend niveau?
a. bepalen bedrijfsprocesontwikkelingen
b. Informatiecoördinatie
c. Leveranciersmanagement
d. Behoeftemanagement

a. Onjuist. Bepalen bedrijfsontwikkelingen is een proces in de procescluster Opstellen. Informatiestrategie. Zie H3.2
b. Onjuist. Informatiecoördinatie is een procescluster en proces op richtinggevend niveau. Zie H3.2
c. Onjuist. Leveranciersmanagement is een proces in de procescluster Opstellen IV organisatie strategie. Zie H3.2.
d. Juist. Behoeftemanagement is een proces op sturend niveau. Zie H3.2


2 Welke activiteit is GEEN activiteit bij de processen op sturend niveau?
a. Plannen
b. Uitvoeren
c. Controleren
d. Evalueren

a. Onjuist. Plannen gebeurt in alle processen op sturend niveau. Zie hoofdstuk 7
b. Juist. Uitvoeren gebeurt bij de uitvoerende, niet bij de sturende processen
c. Onjuist. Controleren gebeurt in alle processen op sturend niveau, al wordt het soms iets anders genoemd (bijv control). Zie hoofdstuk 7
d. Onjuist. Evalueren gebeurt in alle processen op sturend niveau (bijv. kostenevaluatie). Zie hoofdstuk 7


3 Van welk proces is het jaarplan business informatiemanagement GEEN product?
a. Planning en control
b. Financieel management
c. Behoeftemanagement
d. Contractmanagement

a. Onjuist. P&C kent als product het jaarplan business informatiemanagement. Zie H.7.2.4.
b. Onjuist. Fin. mgmt kent als product het jaarplan business informatiemanagement. Zie H.7.3.4.
c. Onjuist. Behoeftemanagement kent als product het jaarplan business informatiemanagement. Zie H.7.4.4.
d.  Juist. Contractmanagement kent dit niet als product, maar wel het jaarplan informatievoorziening. Zie H7.5.4


4 Naar aanleiding van een probleem bij de uitvoering van een geautomatiseerde gegevensconversie, kan het proces transitie:
a. nieuwe specificaties opstellen
b. het implementatieplan bijstellen
c. de IT leverancier een aangepaste opdracht verstrekken
d. de werktijden van de gebruikers wijzigen

a. Onjuist. Het opstellen van nieuwe specificaties hoort in het proces Specificeren
b. Onjuist. Het opstellen van het implementatieplan hoort thuis in het proces “Voorbereiden transitie”.
c. Juist. Zie H6.3.3.
d. Onjuist. Het bepalen van werktijden behoort aan het lijnmanagement en is geen IM taak.


5 In welke procescluster wordt de vraag beantwoord : Hoe acteren we gezamenlijk conform de afspraken?
a. Contractmanagement
b. Sturende processen
c. Opstellen IV organisatiestrategie
d. Informatiecoördinatie

a. Onjuist. Contractmanagement is geen procescluster maar een proces. Zie H3.2
b. Onjuist. De sturende processen beantwoorden de vraag: Hoe sturen we de informatievoorziening?
c. Onjuist. Opstellen IV organisatiestrategie beantwoordt de vraag : Hoe wordt de uitvoering en sturing van de informatievoorziening georganiseerd?
d. Juist. Zie H3.1


6 Van welk proces is het informatiemodel een resultaat?
a. Behoeftemanagement
b. Beheer bedrijfsinformatie
c. Specificeren
d. Informatie portfolio management

a. Onjuist. Behoeftemanagement is sterk op de kwaliteit gericht, niet op het modelleren van informatie. Zie H5.2.4.
b. Juist. Zie H4.3.4.
c. Onjuist. Specificeren heeft als resultaat een gekozen oplossingsrichting van een gewenste wijziging. Het richt zich niet op het informatiemodel van de organisatie. Zie H5.2.1 en H5.2.4.
d. Onjuist. Informatie portfoliomanagement richt zich op een overkoepelende afstemming en de uniformiteit over het geheel van de informatievoorziening. Zie H8.5.5.


7 De acceptatietest vindt plaats als onderdeel van het proces
a. Implementatie
b. Toetsen en testen
c. Transitie
d. Voorbereiden transitie

a. Onjuist. Dit is geen BiSL proces. Wel kent het proces Voorbereiden Transitie een resultaat Implementatieplan. Zie H.3.2
b. Juist. Zie H5.5.2. ad 1: Voor de opgeleverde infrastructuren en applicaties wordt gekeken of deze voldoen aan de gestelde eisen.
c. Onjuist. T&T beoordeelt het transitieplan en het implementatieplan. Zie H5.5.2 ad 3.
d. Onjuist. T&T beoordeelt het transitieplan en het implementatieplan. Zie H5.5.2 ad 3.


8 In welk proces worden de resultaten van veranderingstrajecten bewaakt?
a. Wijzigingenbeheer
b. Behoeftemanagement
c. Relatiemanagement gebruikersorganisatie
d. Transitie



a. Onjuist. Wijzigingenbeheer heeft als doel te komen tot de juiste besluiten over het aanbrengen van wijzigingen of vernieuwingen in de informatievoorziening. Zie H6.2.1
b. Juist. Zie H7.4.3.
c. Onjuist. Relatiemanagement gebruikersorganisatie houdt zich vooral bezig met het vormgeven en bewaken van de consistentie, de samenhang en communicatie tussen IV-functie en gebruikersorganisatie. Zie H.9.3.1.
d. Onjuist. Transitie bewaakt of voor alle onderkende objecten alle voorbereidende werkzaamheden juist en volledig zijn voorbereid en afgerond Zie H6.3.3


9 In welk proces vind monitoring plaats van het functioneren van de IV-organisatie in zijn geheel?
a. Behoeftemanagement
b. Relatiemanagement gebruikersorganisatie
c. Gebruikersondersteuning
d. Gebruiksondersteuning?

a. Juist Zie H7.4.3
b. Onjuist. Relatiemanagement gebruikersorganisatie houdt zich vooral bezig met het vormgeven en bewaken van de consistentie, de samenhang en communicatie tussen IV-functie en gebruikersorganisatie. Zie H.9.3.1.
c. Onjuist. Gebruikersondersteuning communiceert wel met de gebruikersorganisatie, maar op uitvoerend niveau. Zie H.4.2.3. ad "gebruikerscommunicatie".
d. Onjuist. Dit is een procescluster en geen proces.


10 Van welk proces is een rapport vooronderzoek een resultaat?
a. Behoeftemanagement
b. Relatiemanagement gebruikersorganisatie
c. Specificeren
d. Financieel management

a. Onjuist. Behoeftemanagement bepaalt wel de noodzakelijk benodigde informatievoorziening (H7.4.3) en kan het functioneren van de informatievoorziening monitoren (H7.4.3).
b. Onjuist. Het proces relatiemanagement gebruikersorganisatie focust zich op de positionering van de IV functie in de gebruikersorganisatie.
c. Juist. Zie H5.2.4. Alle activiteiten die met het specificeren van gewenste functionaliteit te maken hebben, vallen onder specificeren.
d. Onjuist. Wel valt een kosten/baten analyse onder Financieel management, en de business case die onderdeel vormt van een VO kan door het sturend proces Fin. Management worden beoordeeld (Zie bijv. H.7.3.2).


11 Met welk proces heeft Gebruikersondersteuning GEEN relatie?
a. Transitie
b. Operationele IT aansturing.
c. Beheer bedrijfsinformatie
d. Informatiebehoefte

a. Juist. Zie H4.2.3 en H6.3.4.
b. Onjuist. Zie H4.2.5. Ad 3, De processen Beheer Bedrijfsinformatie en Operationele IT-aansturing spelen ene belangrijke rol bij het oplossen van problemen.
c. Onjuist. Zie H4.2.5. Ad 3, De processen Beheer Bedrijfsinformatie en Operationele IT-aansturing spelen ene belangrijke rol bij het oplossen van problemen.
d. Onjuist. Zie H4.2.5.: Zoals elk proces kent ook het proces GO nauwe relaties met alle sturende processen.


12 Welke informatie wordt uitgewisseld tussen P&C en Gebruikersondersteuning? 
a. beschikbare capaciteit.
b. Implementatieplan
c. De door Contractmanagement gemaakte afspraken omtrent beschikbaarheidsvensters
d. DNO / SLA's

a. Juist. GO rapporteert aan P&C over de beschikbare capaciteit. Zie H.4.2.5
b. Onjuist. Het implementatieplan wordt gemaakt en gebruikt binnen het proces Voorbereiden transitie, zie H5.4.4
c. Onjuist. Afspraken over beschikbaarheidsvensters worden uitgewisseld tussen Gebruikersondersteuning en Contractmanagement.
d. Onjuist. Deze worden uitgewisseld met Contractmanagement.


13 Welk perspectieven worden onderscheiden bij de sturende processen?
a. beleid van de organisatie, IT-ondersteuning, uitvoering Business informatiemanagement, IV van het bedrijfsproces
b. uitvoerend, sturend, strategisch
c. huidige inrichting, verbindende processen, veranderingsmanagement
d. Plannen, controleren, evalueren

a. Juist. Zie H7.1
b. Onjuist. Dit is een net niet juiste verwoording van de 3 niveaus, vgl. H3.2
c. Onjuist. Deze termen worden niet gebruikt.
d. Onjuist. Dit zijn 3 activiteiten binnen de sturende processen. Zie H7


14 Wat is GEEN aspect van sturing?
a. Beschikbaarheid
b. Capaciteit
c. Continuïteit
d. Prestatieniveaus

a. Onjuist. Beschikbaarheid is een aspect van sturing. Zie H4.4.2
b. Onjuist. Capaciteit is een aspect van sturing. Zie H4.4.2
c. Onjuist. Continuïteit is een aspect van sturing. Zie H4.4.2
d. Juist. Deze wordt niet genoemd in H4.4.2


15 Wat is GEEN onderwerp van sturing bij de sturende processen?
a. Opdrachten
b. Contracten
c. Producten
d. Diensten

a. Onjuist. Opdrachten zijn onderwerp van sturing. Zie H4.4.2
b. Juist. Contracten zijn geen onderwerp van sturing. Zie H4.4.2. Contracten geven wel de kaders voor de sturing op de onderwerpen.
c. Onjuist. Producten zijn onderwerp van sturing. Zie H4.4.2
d. Onjuist. Diensten zijn onderwerp van sturing. Zie H4.4.2


16 Welke van de volgende combinaties is juist?
a. BiSL : ASL = Functioneel beheer : Technisch beheer
b. ITIL : BiSL = Applicatiebeheer : Technisch beheer
c. ITIL : BiSL = Applicatiebeheer : Functioneel beheer
d. ASL : BiSL = Applicatie Beheer : Functioneel Beheer

a. Onjuist. ASL gaat niet over het technisch beheer, maar bestrijkt het domein applicatiebeheer
b. Onjuist. ITIL is een model voor technisch beheer, niet voor applicatiebeheer. BiSL is een model voor Functioneel beheer, niet voor technisch beheer
c. Onjuist. Hoewel ITIL modules kent voor zowel technisch beheer als applicatiebeheer, wordt binnen een BiSL context het applicatiebeheer meestal weergegeven door de ASL processen.
d. Juist Zie H2.1


17 Wat is GEEN product of resultaat van het proces Contractmanagement?
a. IT-servicecontract
b. Jaarplan informatievoorziening
c. Dossier afspraken en procedures (DAP)
d. Mantelovereenkomst

a. Onjuist. Het IT-servicecontract is een product van Contractmanagement (Zie H7.5.1)
b. Onjuist. Het jaarplan informatievoorziening is (deels) een resultaat van Contractmanagement.  Contractmanagement besteedt hierin bijvoorbeeld aandacht aan de door Leveranciers te leveren ondersteuning. Zie H7.5.4
c. Onjuist. Het DAP is een product van Contractmanagement (Zie H7.5.1)
d. Juist. Een mantelovereenkomst wordt i.h.a. afgesloten op basis van de activiteiten in het proces Leveranciersmanagement. Zie H.9.2.4

18 Over welke overwegingen beslist Leveranciersmanagement?
(I) Welke contractrelatie wil de organisatie (pakket / fixed price / fixed date / agile / nacalculatie)
(II) Kan elk organisatie onderdeel zelfstandig inkopen?
a. Alleen (I) is juist
b. Alleen (II) is juist
c. Beiden zijn juist
d. Geen van beiden is juist

Het goede antwoord is c.  Beiden zijn juist. Zie H.9.2.3

19 Welke principes gelden bij BiSL?
(I) Business Informatiemanagement is een leverancier voor de gebruikersorganisatie
(II) Business Informatiemanagement vertaalt vraag naar aanbod
a. Alleen (I) is juist
b. Alleen (II) is juist
c. Beiden zijn juist
d. Geen van beiden is juist

a    Onjuist. Business informatiemanagement is in opdracht van de gebruikersorganisatie verantwoordelijk voor de informatievoorziening
b    Juist. Business Informatiemanagement is verantwoordelijk voor de vertaling van vraag naar aanbod.


20 Welke onderwerpen komen bij het proces Relatiemanagement Gebruikersorganisatie aan de orde?
a. Mandaat en benadering
b. Beslissingsbevoegdheid en directie
c. Beslissingsbevoegdheid en procesontwerp
d. Structuur en bevoegdheden van de directie

a. Juist. Zie H9.3.2
b. Onjuist. Beslissingsbevoegdheid is een onderwerp van BiSL, maar de directie niet. Een bevoegdheden matrix kan het resultaat zijn van het verbindende proces Informatiecoördinatie, zie H10.24
c. Onjuist. Procesontwerp kan een rol spelen bij het proces specificeren en/of bij het proces NGIV. Zie H5.2.4 en H5.3.4
d. Onjuist. Structuur is een onderwerp bij het proces Relatiemanagement Gebruikersorganisatie, maar directie niet.


21 Op welke architectuur richt informatiemanagement zich?
a. Exploitatiearchitectuur
b. Informatie architectuur
c. Applicatiearchitectuur
d. Ontwikkelarchitectuur

a. Onjuist. Exploitatiearchitectuur is een onderwerp voor IT-infrastructuur management. Zie H2.3 paragraaf 6
b. Juist. Zie H2.3 paragraaf 6.
c. Onjuist. Dit is een onderwerp voor het applicatiebeheer. Zie H2.3 paragraaf 6
d. Onjuist. Ontwikkelarchitectuur is een onderwerp voor IT-infrastructuur management. Zie H2.3 paragraaf 6


22 Welke bewering(en) is/zijn juist?
(i) Wanneer een organisatie onderdeel is van een keten van organisaties, zullen daar informatiestromen tussen deze organisaties zijn;
(ii) Business informatievoorziening richt zich op de informatievoorziening, daarom is technologie onbelanrijk;
a. Alleen (I) is juist
b. Alleen (II) is juist
c. Beiden zijn juist
d. Geen van beiden is juist

a    Juist. Wanneer een organisatie onderdeel is van een keten, zullen daar in het algemeen informatie tussen deze organisaties worden uitgewisseld; Zie H8.2.2
b    Onjuist. Ondanks dat Business informatiemanagement zich op de informatie voorziening richt, en de technische aspecten daarin een ondergeschikte rol spelen, is technologie wel degelijk belangrijk. Nieuwe technologieën kunnen nieuwe business kansen creëren. Zie H8.4.2.


23 Van welk procescluster is Bepalen Ketenontwikkelingen een proces?
a. Opstellen IV organisatiestrategie
b. Functioneel beheer
c. Functionaliteitenbeheer
d. Opstellen informatiestrategie

Het juiste antwoord is d, Opstellen informatie strategie. Zie Hoofdstuk 3.2.

24 Wat geldt er bij het besluiten over voorgestelde wijzigingen?
a. Besluiten worden niet altijd op rationele gronden genomen
b. Het besluitvormingsproces vindt plaats op basis van consensus
c. Besluiten worden genomen op basis van meerderheid van stemmen
d. Besluiten worden met name gebaseerd op basis van kosten/baten.

Het juiste antwoord is a. Zie 6.2.2, paragraaf besluitvorming

25 Wat is de relatie tussen Business Informatiemanagement en Functioneel Beheer?
a. De twee termen zijn identiek
b. Business informatiemanagement is onderdeel van Functioneel beheer
c. Functioneel beheer vormt een onderdeel van business informatiemanagement
d. Geen van bovenstaande drie

Antwoord a is juist. Binnen BiSL wordt de term Business informatiemanagement gebruikt voor functioneel beheer. Zie H2.1.

26 Het resultaat van het proces informatie-lifecyclemanagement is een informatiestrategie. Welk van de volgende onderwerpen is hierin NIET opgenomen:
a. Een houtskoolschets van de informatiebehoefte op langere termijn.
b. Een impactbepaling voor de effecten op de informatievoorziening in de ketens waarin de organisatie betrokken is;
c. De te volgen tijdpaden
d. Kwaliteitsplan

a. Onjuist, deze vormt onderdeel van de informatiestrategie; Zie H8.5.4
b. Onjuist, deze vormt onderdeel van de informatiestrategie; Zie H8.5.4
c. Onjuist, deze kunnen onderdeel vormen van de informatiestrategie; Zie H8.5.4
d. Juist, een kwaliteitsplan is het resultaat van het sturend proces Behoeftemanagement; Zie H.7.4.3.


27 Van welk proces is een factuuroverzicht van de IT-kosten een product?
a. Operationele IT-aansturing
b. Wijzigingenbeheer
c. Geen, de boekhouding valt buiten de scope van Business Informatiemanagement
d. Financieel management

a. Onjuist. Operationele IT aansturing genereert kosten, maar de rapportage over alle IT-kosten valt onder het proces financieel management; zie H.7.3.3.
b. Onjuist. Het doorvoeren van wijzigingen genereert kosten, maar de rapportage over alle IT-kosten valt onder het proces financieel management; zie H.7.3.3.
c. Onjuist. Boekhouding bevat informatie en vormt dus onderdeel van BiSL.
d. Juist, zie H7.3.4.


28 Het serviceteam is:
a. Het aanspreekpunt voor Business informatiemanagement vanuit de leveranciers van applicaties
b. Het aanspreekpunt voor Business informatiemanagement vanuit de IT-leveranciers voor zowel applicaties als infrastructuur
c. Het aanspreekpunt vanuit Business informatiemanagement voor de gebruikersorganisatie
d. Een andere naam voor de servicedesk van een pakketleverancier

a. Onjuist. Applicatie leveranciers participeren in het service team samen met de leveranciers van het technisch beheer; zie H2.2.
b. Juist. De interne en externe leveranciers van applicatie beheer en technisch beheer richten gezamenlijk het serviceteam in. Zie H2.2
c. Onjuist. Het proces gebruikersondersteuning is verantwoordelijk voor de communicatie met de gebruikersorganisatie, maar dit wordt geen serviceteam genoemd. Zie H.2.2
d. Onjuist. Pakketleveranciers kunnen een servicedesk inrichten voor applicatieheer, en/of een servicedesk voor infrastructuur beheer, of een gecombineerde servicedesk indien zij beiden leveren, maar dit is niet noodzakelijk. Zie H2.2


29 Binnen BiSL wordt onder de gebruikersorganisatie verstaan:
a. de eindgebruikers op uitvoerende niveau
b. middelmanagement
c. hoger management
d. Alle 3 bovenstaande lagen

Antwoord d is juist, zie de definitie van gebruikersorganisatie in de begrippenlijst van BiSL.


30 Wanneer een verkoper het adres van een klant wil wijzigen, omdat dit fout is, dan:
a. is dit een actie voor wijzigingenbeheer
b. laat de verkoper dit door gebruikersondersteuning doen
c. Is dit een actie voor het proces beheer bedrijfsinformatie
d. doet de verkoper dit zelf of laat dit over aan een administratief medewerker

a. Onjuist. Gebruikers  zijn zelf verantwoordelijk voor het onderhoud van hun gegevens, wijzigingen beheer houdt zich bezig met wijzigingen in de informatievoorziening, niet met het wijzigen van de informatie. Zie H6.2.1;
b.Onjuist Gebruikersondersteuning zal onder normale omstandigheden de gebruiker wel uitleggen hoe, maar het niet voor de gebruiker doen. Zie H4.2.2.
c. Onjuist. Beheer bedrijfsinformatie richt zich er wel op dat de gegevens correct zijn, maar het adres van een klant zal in het algemeen door de gebruikers zelf gewijzigd worden. Beheerbedrijfsinformatie richt zich meer op stuurgegevens en bedrijfsgegevens die voor de sturing van belang zijn. Zie H4.1
d. Juist. Gebruikers zullen in het algemeen zelf hun gegevens onderhouden. De IV functie kan wel de wijze waarop de gebruikers de geautomatiseerde informatievoorziening gebruiken beschrijven, zie H5.3.2.


31 Waarom kent BiSL een procescluster Functionaliteitenbeheer?
a. Organisaties veranderen, al of niet onder druk van hun omgeving, en dus moet de informatievoorziening worden aangepast.
b. De processen binnen BiSL hebben overeenkomsten met de processen bij ASL en ITIL.
c. Omdat deze procescluster zorg draagt voor een probleemloze ingebruikname van de nieuwe en gewijzigde functionaliteit
d. Organisaties willen zorg dragen dat de gewenste veranderingen op een vlekkeloze wijze in de organisatie worden doorgevoerd.

a. Juist. Zie 5 Inleiding.
b. Onjuist. Wel klopt het dat de processen van BiSL gelijksoortige evenknieën vinden in ASL en ITIL, maar dit is niet de reden voor de aanwezigheid van deze procescluster.
c. Onjuist. Dit is de doelstelling het proces voorbereiden transitie. Zie H 5.4.1
d. Onjuist. Dit is de doelstelling van het proces transitie, zie H5.5.1



32 Welk proces vormt onderdeel van nde procescluster Opstellen IV organisatiestrategie?
a. Informatie Lifecycle Management
b. Financieel management
c. Bepalen technologie ontwikkelingen
d. Strategie inrichten IV functie

a. Onjuist, Informatie Lifecycle Management proces hoort bij de procescluster Opstellen Informatie Strategie
b. Onjuist, Financieel management is een van de sturende processen
c. Onjuist, Bepalen technologieontwikkelingen hoort bij de procescluster Opstellen Informatiestrategie
d. Juist, zie H3.2


33 Welk proces heeft als resultaat dat de gebruikersorganisatie is geïnformeerd over aanstaande wijzigingen en releases en op de hoogte is van ontwikkelingen op het gebied van informatievoorziening?
a. Gebruikersondersteuning
b. Wijzigingenbeheer
c. Voorbereiden transitie
d. Transitie

a. Juist. Het proces gebruikersondersteuning informeert de gebruikersorganisatie over wijzigingen. Het krijgt informatie over a.s. wijzigingen vanuit bijvoorbeeld het proces Voorbereiden transitie.
b. Onjuist. Wijzigingenbeheer administreert en besluit over wijzigingsverzoeken en bepaalt de inhoud van releases. De communicatie hierover verloopt via het proces gebruikersondersteuning. Zie H5.4.4
c. Onjuist. Voorbereiden transitie zorgt ervaar dat de gebruikersorganisatie is voorbereid op de veranderingen. De communicatie verloopt via het proces gebruikersondersteuning. Zie H6.3.4
d. Onjuist. Transitie communiceert voorlichting over benodigde documentatie en te gebruiken materialen met de gebruikersafdeling. Zie H.6.3.4


34 Welk proces adviseert, indien nodig, om niet door te gaan met de invoering van een nieuw systeem of nieuw release en eerst bestaande tekortkomingen op te lossen?
a. Planning en control
b. Wijzigingenbeheer
c. Toetsen en testen
d. Voorbereiden transitie

a. Onjuist. Planning en Control gaat over het plannen, bewaken en bijsturen van de activiteiten van de organisatie die te maken hebben met de informatievoorziening. Zie H7.2.1 en 7.2.2
b. Onjuist. Wijzigingenbeheer is wel betrokken bij het besluiten over welke change requests in welke release worden opgenomen, en bij het formuleren van eventuele extra wijzigingsverzoeken vanuit de acceptatietest.
c. Juist. Het proces toetsen en testen krijgt vanuit de acceptatietest bevindingen. Deze kunnen leiden tot een extra wijzigingsverzoek via wijzigingsbeheer, tot herstel van een gevonden defect, of een advies om de invoering uit te stellen.
d. Onjuist. Bij Voorbereiden transitie wordt het transitieplan opgesteld waarin alle activiteiten die tijdens de invoering moeten worden uitgevoerd, beschreven zijn.


35 Van welk proces zijn capaciteitsbeheer, continuiteitsbeheer en beschikbaarheidsbeheer onderwerpen van aansturing?
a. Operationele IT-aansturing
b. Planning en Control
c. Wijzigingenbeheer
d. Contractmanagement

a. Juist. Zie H4.4.2. de drie beheersaspecten zijn ASL begrippen die door Operationele IT-aansturing worden aangestuurd.
b. Onjuist. Planning en control gaat over het plannen, bewaken en bijsturen van de activiteiten van de organisatie die te maken hebben met de informatievoorziening. Zie H7.2.1 en 7.2.2
c. Onjuist. Bij specificeren kunnen wel vragen richting de leveranciers over deze aspecten ontstaan.
d. Onjuist. Contractmanagement kan wel in contracten en SLA's afspraken met de leveranciers over deze onderwerpen maken. Zie H.7.5.3


36 Welke onderwerp of onderwerpen is/zijn bij het proces Contract management van invloed op de invulling en aansturingswijze van het contract en de dienstverlening?
a. Inhoud van de dienstverlening en vrijheidsgraden
b. Vorm van de dienstverlening en vrijheidsgraden
c. Opbouw van de dienstverlening en vrijheidsgraden
d. Alle 3 bovenstaande onderwerpen

Antwoord d is juist. Zie H7.5.2.


37 Welke van de volgende beweringen zijn waar:
(I) Servicelevels worden opgesteld en ingebracht door Business informatiemanagement, niet door de leverancier.
(II) De leverancier biedt een aantal servicelevels aan, en business informatiemanagement kiest hieruit na een vertaalslag van de informatiebehoefte vanuit de informatievoorziening.
a. Alleen (I) is juist
b. Alleen (II) is juist
c. Beiden zijn juist
d. Geen van beiden is juist

Antwoord a  is juist,  zie H7.5.2.


38 Wat is GEEN resultaat of product van het proces Wijzigingenbeheer
a. Implementatiekalender
b. Besluit over een voorgedragen wijzigingsvoorstel
c. Projectenkalender
d. Toewijzing van een wijziging in een release
 
a. Onjuist, dit is een resultaat van Wijzigingenbeheer. Zie H6.2.4.
b. Onjuist, dit is een resultaat van Wijzigingenbeheer. Zie H6.2.4.
c. Juist. De projectenkalender hoort bij het proces Planning en control, zie H7.2.4
d. Onjuist, dit is een resultaat van Wijzigingenbeheer. Zie H6.2.4.


39 Een bevoegdheden matrix, waarin de onderkende (bedrijfs)domeinen partijen en afspraken over rollen en verantwoordelijkheden zijn vastgelegd, is het resultaat van het proces:
a. Contract management
b. Informatiecoördinatie
c. Invoering BiSL
d. Behoeftemanagement

a. Onjuist, bij contract management worden afspraken gemaakt tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer.
b. Juist, zie H10.2.4.
c. Onjuist. Dit is geen proces dat binnen BiSL als proces onderkent wordt. Wel is het mogelijk dat als onderdeel van de invoering deze matrix wordt opgesteld, doordat bij de invoering het ontbreken van deze matrix als knelpunt wordt gesignaleerd. Dit is dan een eerste product van het proces Informatiecoördinatie. Zie H10.2.4
d. Onjuist. Behoeftemanagement is meer gericht op de kwaliteit van de informatievoorziening. Typische producten van behoeftemanagement zijn dan ook statusrapportages en kengetallen. Zie H7.4.4.

40 Welke beweringen zijn juist?
(I) Formeel ingerichte processen maken elke organisatie efficiënter en effectiever
(II) Het inrichten van processen kost geld
a. Alleen (I) is juist
b. Alleen (II) is juist
c. Beiden zijn juist
d Geen van beiden is juist

a. is Onjuist. Een kleine organisatie met deskundige medewerkers waarin men in hoge mate is ingewerkt en op elkaar is ingespeeld, is bijna niet te verslaan in service en efficiency. Zie H11.2.
b. is Juist. Het inrichten van processen kost tijd en daarmee geld. Belangrijk is hierbij mom het doel van de procesinrichting voor ogen te houden. Zie H11.2.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen