vrijdag 16 mei 2014

5 minutes crash course for IBM Lotus Notes



Over the past 3 years I have been working with Lotus Notes for email and agenda. The 20 years before that, my experience with corporate email and agenda was with Microsoft Outlook. Lotus Notes took me some time to get used too.

Here are some tips for features which are pretty intuitive in Outlook, but may require some searching in IBM Lotus Notes.

Let me start by assuring you that many things work very easy and similar in both. If you are familiar with Outlook, you won’t have many problems with Lotus Notes. 
1. Selecting unread mail. Outlook has a left pane where one can select: unread mail. In IBM Lotus Notes   there is a button at the top right of the inbox, which in Dutch is labeled “afbeelden”, in English it may be something like “display”.  The most important options here are where you want your preview pane at the right or at the bottom of the screen.
There is, however, an additional option, “show unread mail only”. 

2. One feature I like about Lotus Notes is its ability to enter an appointment while I’m offline. It may be a configuration item, or something that was added in a later version,  but my outlook refused to do this.

3. In Outlook, in your left pane you can switch between agenda and email. In Lotus Notes, at the top-right of your left pane, besides your account name, there is a small drop down arrow.  Here you can select between mail and agenda. For your normal operations there are other options, but for archives this is your main switch option. 

4. Which brings me to archives. Lotus Notes, like outlook, has the ability to archive old items. Both agenda and mail items are archived. Archive files can be  moved, renamed, and so on. They can be opened by double clicking, and you can move mails from and to the archives.  There is one difference, however, when you open an archive for the first time: searching. Your normal inbox has a search box. Your archive inbox by default has not.  To search your archive, in your menu, choose View, toolbar.

5. Storing sent email. By default, my Lotus Notes came configured in such a way that it asked me for every sent mail if I wanted to store it. If you want to get rid of it, and want to store every sent email, like me, go to the preferences, email, and configure it. 

maandag 20 januari 2014

Oefenvragen BiSL - antwoorden

Apologies to English language readers that this blogpost is again in Dutch.

Deze post bevat de antwoorden voor het oefen examen in deze post. Correspondentie over de samenstelling van de oefenvragen en de antwoorden is welkom.

1 Wat is GEEN proces op richtinggevend niveau?
a. bepalen bedrijfsprocesontwikkelingen
b. Informatiecoördinatie
c. Leveranciersmanagement
d. Behoeftemanagement

a. Onjuist. Bepalen bedrijfsontwikkelingen is een proces in de procescluster Opstellen. Informatiestrategie. Zie H3.2
b. Onjuist. Informatiecoördinatie is een procescluster en proces op richtinggevend niveau. Zie H3.2
c. Onjuist. Leveranciersmanagement is een proces in de procescluster Opstellen IV organisatie strategie. Zie H3.2.
d. Juist. Behoeftemanagement is een proces op sturend niveau. Zie H3.2


2 Welke activiteit is GEEN activiteit bij de processen op sturend niveau?
a. Plannen
b. Uitvoeren
c. Controleren
d. Evalueren

a. Onjuist. Plannen gebeurt in alle processen op sturend niveau. Zie hoofdstuk 7
b. Juist. Uitvoeren gebeurt bij de uitvoerende, niet bij de sturende processen
c. Onjuist. Controleren gebeurt in alle processen op sturend niveau, al wordt het soms iets anders genoemd (bijv control). Zie hoofdstuk 7
d. Onjuist. Evalueren gebeurt in alle processen op sturend niveau (bijv. kostenevaluatie). Zie hoofdstuk 7


3 Van welk proces is het jaarplan business informatiemanagement GEEN product?
a. Planning en control
b. Financieel management
c. Behoeftemanagement
d. Contractmanagement

a. Onjuist. P&C kent als product het jaarplan business informatiemanagement. Zie H.7.2.4.
b. Onjuist. Fin. mgmt kent als product het jaarplan business informatiemanagement. Zie H.7.3.4.
c. Onjuist. Behoeftemanagement kent als product het jaarplan business informatiemanagement. Zie H.7.4.4.
d.  Juist. Contractmanagement kent dit niet als product, maar wel het jaarplan informatievoorziening. Zie H7.5.4


4 Naar aanleiding van een probleem bij de uitvoering van een geautomatiseerde gegevensconversie, kan het proces transitie:
a. nieuwe specificaties opstellen
b. het implementatieplan bijstellen
c. de IT leverancier een aangepaste opdracht verstrekken
d. de werktijden van de gebruikers wijzigen

a. Onjuist. Het opstellen van nieuwe specificaties hoort in het proces Specificeren
b. Onjuist. Het opstellen van het implementatieplan hoort thuis in het proces “Voorbereiden transitie”.
c. Juist. Zie H6.3.3.
d. Onjuist. Het bepalen van werktijden behoort aan het lijnmanagement en is geen IM taak.


5 In welke procescluster wordt de vraag beantwoord : Hoe acteren we gezamenlijk conform de afspraken?
a. Contractmanagement
b. Sturende processen
c. Opstellen IV organisatiestrategie
d. Informatiecoördinatie

a. Onjuist. Contractmanagement is geen procescluster maar een proces. Zie H3.2
b. Onjuist. De sturende processen beantwoorden de vraag: Hoe sturen we de informatievoorziening?
c. Onjuist. Opstellen IV organisatiestrategie beantwoordt de vraag : Hoe wordt de uitvoering en sturing van de informatievoorziening georganiseerd?
d. Juist. Zie H3.1


6 Van welk proces is het informatiemodel een resultaat?
a. Behoeftemanagement
b. Beheer bedrijfsinformatie
c. Specificeren
d. Informatie portfolio management

a. Onjuist. Behoeftemanagement is sterk op de kwaliteit gericht, niet op het modelleren van informatie. Zie H5.2.4.
b. Juist. Zie H4.3.4.
c. Onjuist. Specificeren heeft als resultaat een gekozen oplossingsrichting van een gewenste wijziging. Het richt zich niet op het informatiemodel van de organisatie. Zie H5.2.1 en H5.2.4.
d. Onjuist. Informatie portfoliomanagement richt zich op een overkoepelende afstemming en de uniformiteit over het geheel van de informatievoorziening. Zie H8.5.5.


7 De acceptatietest vindt plaats als onderdeel van het proces
a. Implementatie
b. Toetsen en testen
c. Transitie
d. Voorbereiden transitie

a. Onjuist. Dit is geen BiSL proces. Wel kent het proces Voorbereiden Transitie een resultaat Implementatieplan. Zie H.3.2
b. Juist. Zie H5.5.2. ad 1: Voor de opgeleverde infrastructuren en applicaties wordt gekeken of deze voldoen aan de gestelde eisen.
c. Onjuist. T&T beoordeelt het transitieplan en het implementatieplan. Zie H5.5.2 ad 3.
d. Onjuist. T&T beoordeelt het transitieplan en het implementatieplan. Zie H5.5.2 ad 3.


8 In welk proces worden de resultaten van veranderingstrajecten bewaakt?
a. Wijzigingenbeheer
b. Behoeftemanagement
c. Relatiemanagement gebruikersorganisatie
d. Transitie



a. Onjuist. Wijzigingenbeheer heeft als doel te komen tot de juiste besluiten over het aanbrengen van wijzigingen of vernieuwingen in de informatievoorziening. Zie H6.2.1
b. Juist. Zie H7.4.3.
c. Onjuist. Relatiemanagement gebruikersorganisatie houdt zich vooral bezig met het vormgeven en bewaken van de consistentie, de samenhang en communicatie tussen IV-functie en gebruikersorganisatie. Zie H.9.3.1.
d. Onjuist. Transitie bewaakt of voor alle onderkende objecten alle voorbereidende werkzaamheden juist en volledig zijn voorbereid en afgerond Zie H6.3.3


9 In welk proces vind monitoring plaats van het functioneren van de IV-organisatie in zijn geheel?
a. Behoeftemanagement
b. Relatiemanagement gebruikersorganisatie
c. Gebruikersondersteuning
d. Gebruiksondersteuning?

a. Juist Zie H7.4.3
b. Onjuist. Relatiemanagement gebruikersorganisatie houdt zich vooral bezig met het vormgeven en bewaken van de consistentie, de samenhang en communicatie tussen IV-functie en gebruikersorganisatie. Zie H.9.3.1.
c. Onjuist. Gebruikersondersteuning communiceert wel met de gebruikersorganisatie, maar op uitvoerend niveau. Zie H.4.2.3. ad "gebruikerscommunicatie".
d. Onjuist. Dit is een procescluster en geen proces.


10 Van welk proces is een rapport vooronderzoek een resultaat?
a. Behoeftemanagement
b. Relatiemanagement gebruikersorganisatie
c. Specificeren
d. Financieel management

a. Onjuist. Behoeftemanagement bepaalt wel de noodzakelijk benodigde informatievoorziening (H7.4.3) en kan het functioneren van de informatievoorziening monitoren (H7.4.3).
b. Onjuist. Het proces relatiemanagement gebruikersorganisatie focust zich op de positionering van de IV functie in de gebruikersorganisatie.
c. Juist. Zie H5.2.4. Alle activiteiten die met het specificeren van gewenste functionaliteit te maken hebben, vallen onder specificeren.
d. Onjuist. Wel valt een kosten/baten analyse onder Financieel management, en de business case die onderdeel vormt van een VO kan door het sturend proces Fin. Management worden beoordeeld (Zie bijv. H.7.3.2).


11 Met welk proces heeft Gebruikersondersteuning GEEN relatie?
a. Transitie
b. Operationele IT aansturing.
c. Beheer bedrijfsinformatie
d. Informatiebehoefte

a. Juist. Zie H4.2.3 en H6.3.4.
b. Onjuist. Zie H4.2.5. Ad 3, De processen Beheer Bedrijfsinformatie en Operationele IT-aansturing spelen ene belangrijke rol bij het oplossen van problemen.
c. Onjuist. Zie H4.2.5. Ad 3, De processen Beheer Bedrijfsinformatie en Operationele IT-aansturing spelen ene belangrijke rol bij het oplossen van problemen.
d. Onjuist. Zie H4.2.5.: Zoals elk proces kent ook het proces GO nauwe relaties met alle sturende processen.


12 Welke informatie wordt uitgewisseld tussen P&C en Gebruikersondersteuning? 
a. beschikbare capaciteit.
b. Implementatieplan
c. De door Contractmanagement gemaakte afspraken omtrent beschikbaarheidsvensters
d. DNO / SLA's

a. Juist. GO rapporteert aan P&C over de beschikbare capaciteit. Zie H.4.2.5
b. Onjuist. Het implementatieplan wordt gemaakt en gebruikt binnen het proces Voorbereiden transitie, zie H5.4.4
c. Onjuist. Afspraken over beschikbaarheidsvensters worden uitgewisseld tussen Gebruikersondersteuning en Contractmanagement.
d. Onjuist. Deze worden uitgewisseld met Contractmanagement.


13 Welk perspectieven worden onderscheiden bij de sturende processen?
a. beleid van de organisatie, IT-ondersteuning, uitvoering Business informatiemanagement, IV van het bedrijfsproces
b. uitvoerend, sturend, strategisch
c. huidige inrichting, verbindende processen, veranderingsmanagement
d. Plannen, controleren, evalueren

a. Juist. Zie H7.1
b. Onjuist. Dit is een net niet juiste verwoording van de 3 niveaus, vgl. H3.2
c. Onjuist. Deze termen worden niet gebruikt.
d. Onjuist. Dit zijn 3 activiteiten binnen de sturende processen. Zie H7


14 Wat is GEEN aspect van sturing?
a. Beschikbaarheid
b. Capaciteit
c. Continuïteit
d. Prestatieniveaus

a. Onjuist. Beschikbaarheid is een aspect van sturing. Zie H4.4.2
b. Onjuist. Capaciteit is een aspect van sturing. Zie H4.4.2
c. Onjuist. Continuïteit is een aspect van sturing. Zie H4.4.2
d. Juist. Deze wordt niet genoemd in H4.4.2


15 Wat is GEEN onderwerp van sturing bij de sturende processen?
a. Opdrachten
b. Contracten
c. Producten
d. Diensten

a. Onjuist. Opdrachten zijn onderwerp van sturing. Zie H4.4.2
b. Juist. Contracten zijn geen onderwerp van sturing. Zie H4.4.2. Contracten geven wel de kaders voor de sturing op de onderwerpen.
c. Onjuist. Producten zijn onderwerp van sturing. Zie H4.4.2
d. Onjuist. Diensten zijn onderwerp van sturing. Zie H4.4.2


16 Welke van de volgende combinaties is juist?
a. BiSL : ASL = Functioneel beheer : Technisch beheer
b. ITIL : BiSL = Applicatiebeheer : Technisch beheer
c. ITIL : BiSL = Applicatiebeheer : Functioneel beheer
d. ASL : BiSL = Applicatie Beheer : Functioneel Beheer

a. Onjuist. ASL gaat niet over het technisch beheer, maar bestrijkt het domein applicatiebeheer
b. Onjuist. ITIL is een model voor technisch beheer, niet voor applicatiebeheer. BiSL is een model voor Functioneel beheer, niet voor technisch beheer
c. Onjuist. Hoewel ITIL modules kent voor zowel technisch beheer als applicatiebeheer, wordt binnen een BiSL context het applicatiebeheer meestal weergegeven door de ASL processen.
d. Juist Zie H2.1


17 Wat is GEEN product of resultaat van het proces Contractmanagement?
a. IT-servicecontract
b. Jaarplan informatievoorziening
c. Dossier afspraken en procedures (DAP)
d. Mantelovereenkomst

a. Onjuist. Het IT-servicecontract is een product van Contractmanagement (Zie H7.5.1)
b. Onjuist. Het jaarplan informatievoorziening is (deels) een resultaat van Contractmanagement.  Contractmanagement besteedt hierin bijvoorbeeld aandacht aan de door Leveranciers te leveren ondersteuning. Zie H7.5.4
c. Onjuist. Het DAP is een product van Contractmanagement (Zie H7.5.1)
d. Juist. Een mantelovereenkomst wordt i.h.a. afgesloten op basis van de activiteiten in het proces Leveranciersmanagement. Zie H.9.2.4

18 Over welke overwegingen beslist Leveranciersmanagement?
(I) Welke contractrelatie wil de organisatie (pakket / fixed price / fixed date / agile / nacalculatie)
(II) Kan elk organisatie onderdeel zelfstandig inkopen?
a. Alleen (I) is juist
b. Alleen (II) is juist
c. Beiden zijn juist
d. Geen van beiden is juist

Het goede antwoord is c.  Beiden zijn juist. Zie H.9.2.3

19 Welke principes gelden bij BiSL?
(I) Business Informatiemanagement is een leverancier voor de gebruikersorganisatie
(II) Business Informatiemanagement vertaalt vraag naar aanbod
a. Alleen (I) is juist
b. Alleen (II) is juist
c. Beiden zijn juist
d. Geen van beiden is juist

a    Onjuist. Business informatiemanagement is in opdracht van de gebruikersorganisatie verantwoordelijk voor de informatievoorziening
b    Juist. Business Informatiemanagement is verantwoordelijk voor de vertaling van vraag naar aanbod.


20 Welke onderwerpen komen bij het proces Relatiemanagement Gebruikersorganisatie aan de orde?
a. Mandaat en benadering
b. Beslissingsbevoegdheid en directie
c. Beslissingsbevoegdheid en procesontwerp
d. Structuur en bevoegdheden van de directie

a. Juist. Zie H9.3.2
b. Onjuist. Beslissingsbevoegdheid is een onderwerp van BiSL, maar de directie niet. Een bevoegdheden matrix kan het resultaat zijn van het verbindende proces Informatiecoördinatie, zie H10.24
c. Onjuist. Procesontwerp kan een rol spelen bij het proces specificeren en/of bij het proces NGIV. Zie H5.2.4 en H5.3.4
d. Onjuist. Structuur is een onderwerp bij het proces Relatiemanagement Gebruikersorganisatie, maar directie niet.


21 Op welke architectuur richt informatiemanagement zich?
a. Exploitatiearchitectuur
b. Informatie architectuur
c. Applicatiearchitectuur
d. Ontwikkelarchitectuur

a. Onjuist. Exploitatiearchitectuur is een onderwerp voor IT-infrastructuur management. Zie H2.3 paragraaf 6
b. Juist. Zie H2.3 paragraaf 6.
c. Onjuist. Dit is een onderwerp voor het applicatiebeheer. Zie H2.3 paragraaf 6
d. Onjuist. Ontwikkelarchitectuur is een onderwerp voor IT-infrastructuur management. Zie H2.3 paragraaf 6


22 Welke bewering(en) is/zijn juist?
(i) Wanneer een organisatie onderdeel is van een keten van organisaties, zullen daar informatiestromen tussen deze organisaties zijn;
(ii) Business informatievoorziening richt zich op de informatievoorziening, daarom is technologie onbelanrijk;
a. Alleen (I) is juist
b. Alleen (II) is juist
c. Beiden zijn juist
d. Geen van beiden is juist

a    Juist. Wanneer een organisatie onderdeel is van een keten, zullen daar in het algemeen informatie tussen deze organisaties worden uitgewisseld; Zie H8.2.2
b    Onjuist. Ondanks dat Business informatiemanagement zich op de informatie voorziening richt, en de technische aspecten daarin een ondergeschikte rol spelen, is technologie wel degelijk belangrijk. Nieuwe technologieën kunnen nieuwe business kansen creëren. Zie H8.4.2.


23 Van welk procescluster is Bepalen Ketenontwikkelingen een proces?
a. Opstellen IV organisatiestrategie
b. Functioneel beheer
c. Functionaliteitenbeheer
d. Opstellen informatiestrategie

Het juiste antwoord is d, Opstellen informatie strategie. Zie Hoofdstuk 3.2.

24 Wat geldt er bij het besluiten over voorgestelde wijzigingen?
a. Besluiten worden niet altijd op rationele gronden genomen
b. Het besluitvormingsproces vindt plaats op basis van consensus
c. Besluiten worden genomen op basis van meerderheid van stemmen
d. Besluiten worden met name gebaseerd op basis van kosten/baten.

Het juiste antwoord is a. Zie 6.2.2, paragraaf besluitvorming

25 Wat is de relatie tussen Business Informatiemanagement en Functioneel Beheer?
a. De twee termen zijn identiek
b. Business informatiemanagement is onderdeel van Functioneel beheer
c. Functioneel beheer vormt een onderdeel van business informatiemanagement
d. Geen van bovenstaande drie

Antwoord a is juist. Binnen BiSL wordt de term Business informatiemanagement gebruikt voor functioneel beheer. Zie H2.1.

26 Het resultaat van het proces informatie-lifecyclemanagement is een informatiestrategie. Welk van de volgende onderwerpen is hierin NIET opgenomen:
a. Een houtskoolschets van de informatiebehoefte op langere termijn.
b. Een impactbepaling voor de effecten op de informatievoorziening in de ketens waarin de organisatie betrokken is;
c. De te volgen tijdpaden
d. Kwaliteitsplan

a. Onjuist, deze vormt onderdeel van de informatiestrategie; Zie H8.5.4
b. Onjuist, deze vormt onderdeel van de informatiestrategie; Zie H8.5.4
c. Onjuist, deze kunnen onderdeel vormen van de informatiestrategie; Zie H8.5.4
d. Juist, een kwaliteitsplan is het resultaat van het sturend proces Behoeftemanagement; Zie H.7.4.3.


27 Van welk proces is een factuuroverzicht van de IT-kosten een product?
a. Operationele IT-aansturing
b. Wijzigingenbeheer
c. Geen, de boekhouding valt buiten de scope van Business Informatiemanagement
d. Financieel management

a. Onjuist. Operationele IT aansturing genereert kosten, maar de rapportage over alle IT-kosten valt onder het proces financieel management; zie H.7.3.3.
b. Onjuist. Het doorvoeren van wijzigingen genereert kosten, maar de rapportage over alle IT-kosten valt onder het proces financieel management; zie H.7.3.3.
c. Onjuist. Boekhouding bevat informatie en vormt dus onderdeel van BiSL.
d. Juist, zie H7.3.4.


28 Het serviceteam is:
a. Het aanspreekpunt voor Business informatiemanagement vanuit de leveranciers van applicaties
b. Het aanspreekpunt voor Business informatiemanagement vanuit de IT-leveranciers voor zowel applicaties als infrastructuur
c. Het aanspreekpunt vanuit Business informatiemanagement voor de gebruikersorganisatie
d. Een andere naam voor de servicedesk van een pakketleverancier

a. Onjuist. Applicatie leveranciers participeren in het service team samen met de leveranciers van het technisch beheer; zie H2.2.
b. Juist. De interne en externe leveranciers van applicatie beheer en technisch beheer richten gezamenlijk het serviceteam in. Zie H2.2
c. Onjuist. Het proces gebruikersondersteuning is verantwoordelijk voor de communicatie met de gebruikersorganisatie, maar dit wordt geen serviceteam genoemd. Zie H.2.2
d. Onjuist. Pakketleveranciers kunnen een servicedesk inrichten voor applicatieheer, en/of een servicedesk voor infrastructuur beheer, of een gecombineerde servicedesk indien zij beiden leveren, maar dit is niet noodzakelijk. Zie H2.2


29 Binnen BiSL wordt onder de gebruikersorganisatie verstaan:
a. de eindgebruikers op uitvoerende niveau
b. middelmanagement
c. hoger management
d. Alle 3 bovenstaande lagen

Antwoord d is juist, zie de definitie van gebruikersorganisatie in de begrippenlijst van BiSL.


30 Wanneer een verkoper het adres van een klant wil wijzigen, omdat dit fout is, dan:
a. is dit een actie voor wijzigingenbeheer
b. laat de verkoper dit door gebruikersondersteuning doen
c. Is dit een actie voor het proces beheer bedrijfsinformatie
d. doet de verkoper dit zelf of laat dit over aan een administratief medewerker

a. Onjuist. Gebruikers  zijn zelf verantwoordelijk voor het onderhoud van hun gegevens, wijzigingen beheer houdt zich bezig met wijzigingen in de informatievoorziening, niet met het wijzigen van de informatie. Zie H6.2.1;
b.Onjuist Gebruikersondersteuning zal onder normale omstandigheden de gebruiker wel uitleggen hoe, maar het niet voor de gebruiker doen. Zie H4.2.2.
c. Onjuist. Beheer bedrijfsinformatie richt zich er wel op dat de gegevens correct zijn, maar het adres van een klant zal in het algemeen door de gebruikers zelf gewijzigd worden. Beheerbedrijfsinformatie richt zich meer op stuurgegevens en bedrijfsgegevens die voor de sturing van belang zijn. Zie H4.1
d. Juist. Gebruikers zullen in het algemeen zelf hun gegevens onderhouden. De IV functie kan wel de wijze waarop de gebruikers de geautomatiseerde informatievoorziening gebruiken beschrijven, zie H5.3.2.


31 Waarom kent BiSL een procescluster Functionaliteitenbeheer?
a. Organisaties veranderen, al of niet onder druk van hun omgeving, en dus moet de informatievoorziening worden aangepast.
b. De processen binnen BiSL hebben overeenkomsten met de processen bij ASL en ITIL.
c. Omdat deze procescluster zorg draagt voor een probleemloze ingebruikname van de nieuwe en gewijzigde functionaliteit
d. Organisaties willen zorg dragen dat de gewenste veranderingen op een vlekkeloze wijze in de organisatie worden doorgevoerd.

a. Juist. Zie 5 Inleiding.
b. Onjuist. Wel klopt het dat de processen van BiSL gelijksoortige evenknieën vinden in ASL en ITIL, maar dit is niet de reden voor de aanwezigheid van deze procescluster.
c. Onjuist. Dit is de doelstelling het proces voorbereiden transitie. Zie H 5.4.1
d. Onjuist. Dit is de doelstelling van het proces transitie, zie H5.5.1



32 Welk proces vormt onderdeel van nde procescluster Opstellen IV organisatiestrategie?
a. Informatie Lifecycle Management
b. Financieel management
c. Bepalen technologie ontwikkelingen
d. Strategie inrichten IV functie

a. Onjuist, Informatie Lifecycle Management proces hoort bij de procescluster Opstellen Informatie Strategie
b. Onjuist, Financieel management is een van de sturende processen
c. Onjuist, Bepalen technologieontwikkelingen hoort bij de procescluster Opstellen Informatiestrategie
d. Juist, zie H3.2


33 Welk proces heeft als resultaat dat de gebruikersorganisatie is geïnformeerd over aanstaande wijzigingen en releases en op de hoogte is van ontwikkelingen op het gebied van informatievoorziening?
a. Gebruikersondersteuning
b. Wijzigingenbeheer
c. Voorbereiden transitie
d. Transitie

a. Juist. Het proces gebruikersondersteuning informeert de gebruikersorganisatie over wijzigingen. Het krijgt informatie over a.s. wijzigingen vanuit bijvoorbeeld het proces Voorbereiden transitie.
b. Onjuist. Wijzigingenbeheer administreert en besluit over wijzigingsverzoeken en bepaalt de inhoud van releases. De communicatie hierover verloopt via het proces gebruikersondersteuning. Zie H5.4.4
c. Onjuist. Voorbereiden transitie zorgt ervaar dat de gebruikersorganisatie is voorbereid op de veranderingen. De communicatie verloopt via het proces gebruikersondersteuning. Zie H6.3.4
d. Onjuist. Transitie communiceert voorlichting over benodigde documentatie en te gebruiken materialen met de gebruikersafdeling. Zie H.6.3.4


34 Welk proces adviseert, indien nodig, om niet door te gaan met de invoering van een nieuw systeem of nieuw release en eerst bestaande tekortkomingen op te lossen?
a. Planning en control
b. Wijzigingenbeheer
c. Toetsen en testen
d. Voorbereiden transitie

a. Onjuist. Planning en Control gaat over het plannen, bewaken en bijsturen van de activiteiten van de organisatie die te maken hebben met de informatievoorziening. Zie H7.2.1 en 7.2.2
b. Onjuist. Wijzigingenbeheer is wel betrokken bij het besluiten over welke change requests in welke release worden opgenomen, en bij het formuleren van eventuele extra wijzigingsverzoeken vanuit de acceptatietest.
c. Juist. Het proces toetsen en testen krijgt vanuit de acceptatietest bevindingen. Deze kunnen leiden tot een extra wijzigingsverzoek via wijzigingsbeheer, tot herstel van een gevonden defect, of een advies om de invoering uit te stellen.
d. Onjuist. Bij Voorbereiden transitie wordt het transitieplan opgesteld waarin alle activiteiten die tijdens de invoering moeten worden uitgevoerd, beschreven zijn.


35 Van welk proces zijn capaciteitsbeheer, continuiteitsbeheer en beschikbaarheidsbeheer onderwerpen van aansturing?
a. Operationele IT-aansturing
b. Planning en Control
c. Wijzigingenbeheer
d. Contractmanagement

a. Juist. Zie H4.4.2. de drie beheersaspecten zijn ASL begrippen die door Operationele IT-aansturing worden aangestuurd.
b. Onjuist. Planning en control gaat over het plannen, bewaken en bijsturen van de activiteiten van de organisatie die te maken hebben met de informatievoorziening. Zie H7.2.1 en 7.2.2
c. Onjuist. Bij specificeren kunnen wel vragen richting de leveranciers over deze aspecten ontstaan.
d. Onjuist. Contractmanagement kan wel in contracten en SLA's afspraken met de leveranciers over deze onderwerpen maken. Zie H.7.5.3


36 Welke onderwerp of onderwerpen is/zijn bij het proces Contract management van invloed op de invulling en aansturingswijze van het contract en de dienstverlening?
a. Inhoud van de dienstverlening en vrijheidsgraden
b. Vorm van de dienstverlening en vrijheidsgraden
c. Opbouw van de dienstverlening en vrijheidsgraden
d. Alle 3 bovenstaande onderwerpen

Antwoord d is juist. Zie H7.5.2.


37 Welke van de volgende beweringen zijn waar:
(I) Servicelevels worden opgesteld en ingebracht door Business informatiemanagement, niet door de leverancier.
(II) De leverancier biedt een aantal servicelevels aan, en business informatiemanagement kiest hieruit na een vertaalslag van de informatiebehoefte vanuit de informatievoorziening.
a. Alleen (I) is juist
b. Alleen (II) is juist
c. Beiden zijn juist
d. Geen van beiden is juist

Antwoord a  is juist,  zie H7.5.2.


38 Wat is GEEN resultaat of product van het proces Wijzigingenbeheer
a. Implementatiekalender
b. Besluit over een voorgedragen wijzigingsvoorstel
c. Projectenkalender
d. Toewijzing van een wijziging in een release
 
a. Onjuist, dit is een resultaat van Wijzigingenbeheer. Zie H6.2.4.
b. Onjuist, dit is een resultaat van Wijzigingenbeheer. Zie H6.2.4.
c. Juist. De projectenkalender hoort bij het proces Planning en control, zie H7.2.4
d. Onjuist, dit is een resultaat van Wijzigingenbeheer. Zie H6.2.4.


39 Een bevoegdheden matrix, waarin de onderkende (bedrijfs)domeinen partijen en afspraken over rollen en verantwoordelijkheden zijn vastgelegd, is het resultaat van het proces:
a. Contract management
b. Informatiecoördinatie
c. Invoering BiSL
d. Behoeftemanagement

a. Onjuist, bij contract management worden afspraken gemaakt tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer.
b. Juist, zie H10.2.4.
c. Onjuist. Dit is geen proces dat binnen BiSL als proces onderkent wordt. Wel is het mogelijk dat als onderdeel van de invoering deze matrix wordt opgesteld, doordat bij de invoering het ontbreken van deze matrix als knelpunt wordt gesignaleerd. Dit is dan een eerste product van het proces Informatiecoördinatie. Zie H10.2.4
d. Onjuist. Behoeftemanagement is meer gericht op de kwaliteit van de informatievoorziening. Typische producten van behoeftemanagement zijn dan ook statusrapportages en kengetallen. Zie H7.4.4.

40 Welke beweringen zijn juist?
(I) Formeel ingerichte processen maken elke organisatie efficiënter en effectiever
(II) Het inrichten van processen kost geld
a. Alleen (I) is juist
b. Alleen (II) is juist
c. Beiden zijn juist
d Geen van beiden is juist

a. is Onjuist. Een kleine organisatie met deskundige medewerkers waarin men in hoge mate is ingewerkt en op elkaar is ingespeeld, is bijna niet te verslaan in service en efficiency. Zie H11.2.
b. is Juist. Het inrichten van processen kost tijd en daarmee geld. Belangrijk is hierbij mom het doel van de procesinrichting voor ogen te houden. Zie H11.2.

woensdag 27 november 2013

Oefenexamen BiSL

Apologies to English language readers that this blogpost is again in Dutch.

Deze post bevat een oefenexamen voor de basis certificering BISL. Dit oefenexamen heeft geen enkele officiële status, gebruik daarvoor het officiële oefenexamen. Van het maken van oefenexamens is als een van de weinige leermethoden bewezen dat het de slaagkans verhoogt. Gebruik dit examen alleen om te ontdekken waar mogelijk nog lacunes in uw kennis zitten. Correspondentie over de samenstelling van de oefenvragen en de antwoorden is welkom.

 1 Wat is GEEN proces op richtinggevend niveau?
a bepalen bedrijfsprocesontwikkelingen
b Informatiecoördinatie
c Leveranciersmanagement
d Behoeftemanagement

2 Welke activiteit is GEEN activiteit bij de processen op sturend niveau?
a Plannen
b Uitvoeren
c Controleren
d Evalueren

3 Van welk proces is het jaarplan business informatiemanagement GEEN product?
a Planning en control
b Financieel management
c Behoeftemanagement
d Contractmanagement

4 Naar aanleiding van een probleem bij de uitvoering van een geautomatiseerde gegevensconversie, kan het proces transitie:
a nieuwe specificaties opstellen
b het implementatieplan bijstellen
c de IT leverancier een aangepaste opdracht verstrekken
d de werktijden van de gebruikers wijzigen

5 In welke procescluster wordt de vraag beantwoord : Hoe acteren we gezamenlijk conform de afspraken?
a Contractmanagement
b Sturende processen
c Opstellen IV organisatiestrategie
d Informatiecoördinatie

6 Van welk proces is het informatiemodel een resultaat?
a. Behoeftemanagement
b Beheer bedrijfsinformatie
c Specificeren
d Informatie portfolio management

7 De acceptatietest vindt plaats als onderdeel van het proces
a Implementatie
b Toetsen en testen
c Transitie
d Voorbereiden transitie

8 In welk proces worden de resultaten van veranderingstrajecten bewaakt?
a Wijzigingenbeheer
b Behoeftemanagement
c Relatiemanagement gebruikersorganisatie
d Transitie

9 In welk proces vind monitoring plaats van het functioneren van de IV-organisatie in zijn geheel?
a Behoeftemanagement
b Relatiemanagement gebruikersorganisatie
c Gebruikersondersteuning
d Gebruiksondersteuning?

10 Van welk proces is een rapport vooronderzoek een resultaat?
a Behoeftemanagement
b Relatiemanagement gebruikersorganisatie
c Specificeren
d Financieel management

11 Met welk proces heeft Gebruikersondersteuning GEEN relatie?
a Transitie
b Operationele IT aansturing.
c Beheer bedrijfsinformatie
d Informatiebehoefte

12 Welke informatie wordt uitgewisseld tussen P&C en Gebruikersondersteuning? a beschikbare capaciteit.
b Implementatieplan
c De door Contractmanagement gemaakte afspraken omtrent beschikbaarheidsvensters
d DNO / SLA's

13 Welk perspectieven worden onderscheiden bij de sturende processen?
a beleid van de organisatie, IT-ondersteuning, uitvoering Business informatiemanagement, IV van het bedrijfsproces
b uitvoerend, sturend, strategisch
c huidige inrichting, verbindende processen, veranderingsmanagement
d Plannen, controleren, evalueren

14 Wat is GEEN aspect van sturing?
a Beschikbaarheid
b Capaciteit
c Continuïteit
d Prestatieniveaus

15 Wat is GEEN onderwerp van sturing bij de sturende processen?
a Opdrachten
b Contracten
c Producten
d Diensten

16 Welke van de volgende combinaties is juist?
a BiSL : ASL = Functioneel beheer : Technisch beheer
b ITIL : BiSL = Applicatiebeheer : Technisch beheer
c ITIL : BiSL = Applicatiebeheer : Functioneel beheer
d ASL : BiSL = Applicatie Beheer : Functioneel Beheer

17 Wat is GEEN product of resultaat van het proces Contractmanagement?
a IT-servicecontract
b Jaarplan informatievoorziening
c Dossier afspraken en procedures (DAP)
d Mantelovereenkomst

18 Over welke overwegingen beslist Leveranciersmanagement?
(I) Welke contractrelatie wil de organisatie (pakket / fixed price / fixed date / agile / nacalculatie)
(II) Kan elk organisatie onderdeel zelfstandig inkopen?
a Alleen (I) is juist
b Alleen (II) is juist
c Beiden zijn juist
d Geen van beiden is juist

19 Welke principes gelden bij BiSL?
(I) Business Informatiemanagement is een leverancier voor de gebruikersorganisatie
(II) Business Informatiemanagement vertaalt vraag naar aanbod
a Alleen (I) is juist
b Alleen (II) is juist
c Beiden zijn juist
d Geen van beiden is juist

20 Welke onderwerpen komen bij het proces Relatiemanagement Gebruikersorganisatie aan de orde?
a Mandaat en benadering
b Beslissingsbevoegdheid en directie
c Beslissingsbevoegdheid en procesontwerp
d Structuur en bevoegdheden van de directie

21 Op welke architectuur richt informatiemanagement zich?
a Exploitatiearchitectuur
b Informatie architectuur
c Applicatiearchitectuur
d Ontwikkelarchitectuur

22 Welke bewering(en) is/zijn juist?
(i) Wanneer een organisatie onderdeel is van een keten van organisaties, zullen daar informatiestromen tussen deze organisaties zijn;
(ii) Business informatievoorziening richt zich op de informatievoorziening, daarom is technologie onbelangrijk;
a Alleen (I) is juist
b Alleen (II) is juist
c Beiden zijn juist
d Geen van beiden is juist

23 Van welk procescluster is Bepalen Ketenontwikkelingen een proces?
a Opstellen IV organisatiestrategie
b Functioneel beheer
c Functionaliteitenbeheer
d Opstellen informatiestrategie

24 Wat geldt er bij het besluiten over voorgestelde wijzigingen?
a Besluiten worden niet altijd op rationele gronden genomen
b Het besluitvormingsproces vindt plaats op basis van consensus
c Besluiten worden genomen op basis van meerderheid van stemmen
d Besluiten worden met name gebaseerd op basis van kosten/baten.

25 Wat is de relatie tussen Business Informatiemanagement en Functioneel Beheer?
a De twee termen zijn identiek
b Business informatiemanagement is onderdeel van Functioneel beheer
c Functioneel beheer vormt een onderdeel van business informatiemanagement
d Geen van bovenstaande drie

26 Het resultaat van het proces informatie-lifecyclemanagement is een informatiestrategie. Welk van de volgende onderwerpen is hierin NIET opgenomen:
a Een houtskoolschets van de informatiebehoefte op langere termijn.
b Een impactbepaling voor de effecten op de informatievoorziening in de ketens waarin de organisatie betrokken is;
c De te volgen tijdpaden
d Kwaliteitsplan

27 Van welk proces is een factuuroverzicht het product?
a Operationele IT-aansturing
b Wijzigingenbeheer
c Geen, de boekhouding valt buiten de scope van Business Informatiemanagement
d Financieel management

28 Het serviceteam is:
a Het aanspreekpunt voor Business informatiemanagement vanuit de leveranciers van applicaties
b Het aanspreekpunt voor Business informatiemanagement vanuit de IT-leveranciers voor zowel applicaties als infrastructuur
c Het aanspreekpunt vanuit Business informatiemanagement voor de gebruikersorganisatie
d Een andere naam voor de servicedesk van een pakketleverancier

29 Binnen BiSL wordt onder de gebruikersorganisatie verstaan:
a de eindgebruikers op uitvoerende niveau
b middelmanagement
c hoger management
d Alle 3 bovenstaande lagen

30 Wanneer een verkoper het adres van een klant wil wijzigen, omdat dit fout is, dan:
a is dit een actie voor wijzigingenbeheer
b laat de verkoper dit door gebruikersondersteuning doen
c Is dit een actie voor het proces beheer bedrijfsinformatie
d doet de verkoper dit zelf of laat dit over aan een administratief medewerker

31 Waarom kent BiSL een procescluster Functionaliteitenbeheer?
a Organisaties veranderen, al of niet onder druk van hun omgeving, en dus moet de informatievoorziening worden aangepast.
b De processen binnen BiSL hebben overeenkomsten met de processen bij ASL en ITIL.
c Omdat deze procescluster zorg draagt voor een probleemloze ingebruikname van de nieuwe en gewijzigde functionaliteit
d Organisaties willen zorg dragen dat de gewenste veranderingen op een vlekkeloze wijze in de organisatie worden doorgevoerd.

32 Welk proces vormt onderdeel van de procescluster Opstellen IV organisatiestrategie?
a Informatie Lifecycle Management
b Financieel management
c Bepalen technologie ontwikkelingen
d Strategie inrichten IV functie

33 Welk proces heeft als resultaat dat de gebruikersorganisatie is geïnformeerd over aanstaande wijzigingen en releases en op de hoogte is van ontwikkelingen op het gebied van informatievoorziening?
a Gebruikersondersteuning
b Wijzigingenbeheer
c Voorbereiden transitie
d Transitie

34 Welk proces adviseert, indien nodig, om niet door te gaan met de invoering van een nieuw systeem of nieuw release en eerst bestaande tekortkomingen op te lossen?
a Planning en control
b Wijzigingenbeheer
c Toetsen en testen
d Voorbereiden transitie

35 Van welk proces zijn capaciteitsbeheer, continuïteitsbeheer en beschikbaarheidsbeheer onderwerpen van aansturing?
a Operationele IT-aansturing
b Planning en control
c Wijzigingenbeheer
d Contractmanagement

36 Welke onderwerp of onderwerpen is/zijn bij het proces Contract management van invloed op de invulling en aansturingswijze van het contract en de dienstverlening?
a Inhoud van de dienstverlening en vrijheidsgraden
b Vorm van de dienstverlening en vrijheidsgraden
c Opbouw van de dienstverlening en vrijheidsgraden
d Alle 3 bovenstaande onderwerpen

37 Welke van de volgende beweringen zijn waar:
(I) Servicelevels worden opgesteld en ingebracht door Business informatiemanagement, niet door de leverancier.
(II) De leverancier biedt een aantal servicelevels aan, en business informatiemanagement kiest hieruit na een vertaalslag van de informatiebehoefte vanuit de informatievoorziening.
a Alleen (I) is juist
b Alleen (II) is juist
c Beiden zijn juist
d Geen van beiden is juist

38 Wat is GEEN resultaat of product van het proces Wijzigingenbeheer
a Implementatiekalender
b Besluit over een voorgedragen wijzigingsvoorstel
c Projectenkalender
d Toewijzing van een wijziging in een release

39 Een bevoegdheden matrix, waarin de onderkende (bedrijfs)domeinen partijen en afspraken over rollen en verantwoordelijkheden zijn vastgelegd, is het resultaat van het proces:
a Contract management
b Informatiecoördinatie
c Invoering BiSL
d Behoeftemanagement

40 Welke beweringen zijn juist?
(I) Formeel ingerichte processen maken elke organisatie efficiënter en effectiever
(II) Het inrichten van processen kost geld
a Alleen (I) is juist
b Alleen (II) is juist
c Beiden zijn juist
d Geen van beiden is juist

Schrijf je antwoorden op, en vergelijk ze dan met de antwoorden hier.

donderdag 14 november 2013

Dare to give

#DareToAsk is by now a well known tag. I wrote about it in this post.

In this post I would like to encourage you to GIVE. To give away  for free on and in your work and office. Tag: #Dare ToGive.

It was about two years ago that I spoke with a collegue in his room at the office. There was a pile of old SF books in his room, and when I enquired about them, he told they were free. If I was interested, I could take some. I browsed through them, found a copy of a book which I thought I might like, thanked him and walked away with it. At home I read it, and later talked with him about what I liked in it.

This spring a collegaue in my own room brought some inktjet cartridges with him, and put them on a prominent place in the room. He expaliend that it were cartridges that he no longer needed, as he had a new printer. Any one who could use them was free to take them home. I remembered I too had some cartridgess of a diffferent supplier. It took me a month before I got around to take them too the office too, and just before I left that room someone had take the cartridges because he still had such an inktjet printer.

Today I visited a supplier, and while I took the stairs up I noticed a pile of music cd's. Again, any one who wished was free to take them. I found two that might be fir for in the car and happily took them with me.

What is there that you want to give away for free?

Yes of course you could try to sell it on ebay. But are you really getting around to that in the next month? Yes, if you give it away someone else could take them all and sell it on ebay. But most people won't. Try it.

 What is there that you want to give away for free?

vrijdag 26 juli 2013

FPA certificering - oefenvragen (4)

Again we have a post in Dutch, but I hope to return soon to English.

31. Koppelingen
Informatie systeem A heeft een interne Logische Gegevens verzameling Klant. Hiervan maakt het wekelijks een extractie (KlantExport) die ter beschikking wordt gesteld aan de informatiesystemen B en C. In systeem B wordt KlantExport ingelezen en tijdens dit inlezen worden twee Logische gegevensverzamlingen, namelijk KlantArchief en KlantOndersteuning, in 1 batchrun geactualiseerd. Klantexport wordt verwijderd.
In systeem C wordt 1 interne gegevensverzameling bijgewerkt (OrderAdministratiePerKlant), en wordt KlantExport bewaard voor latere procesraadpleging middels een overzicht van ingelezen bestanden met aantallen, controle totalen en datums.

Tel deze functionaliteit apart voor de informatiesystemen A, B en C.

32. Tellen data element typen
Wat wordt meegenomen in de telling van de data element typen? (meerdere antwoorden mogelijk)

a. te wijzigen velden
b. getoonde velden
c. trigger / functioneel stuurgegeven, bijvoorbeeld menukeuze.
d. ingevoerde selectie gegevens
e. pageup/pagedown knoppen
f. kolomkoppen
g. kopregels
h. veldlabels
i. foutboodschappen (1 DET ongeacht aantal)
j. getoonde procesgegevens
k. overige ingevoerde gegevens, zoals bestandsnaam
l. systeemdatum
m. intern bijgewerkte gegevenselementen
n. paginanummer
o. vaste teksten op een scherm

Hoofdstuk 5
33. Tellen ILGV's
Bij het tellen van ILGV tellen we: (meerdere antwoorden mogelijk)

a. alleen gegevensverzamelingen die onderhouden worden;
b. door gebruikers gebruikt worden;
c. die tijdelijk zijn;
d. die permanent zijn;
e. historische gegevens bevatten, identiek aan een andere tabel;
f.historische gegevens bevatten, verschillend van een andere tabel;
g. procesgegevens bevatten, die voor gebruikers toegankelijk zijn;
h. procesgegevens bevatten, onverschillig of deze voor gebruikers toegankelijk zijn;

34. Relaties ILGV en KGV
Welke relaties zijn waar: (meerdere antwoorden zijn mogelijk)

a. Een KGV in 1 systeem is soms een ILGV in een ander systeem;
b. Een ILGV in 1 systeem kan een KGV in een ander systeem zijn.
c. Een ILGV in 1 systeem kan een KGV in hetzelfde systeem zijn;
d. Een KGV in 1 systeem is altijd een ILGV in een ander systeem;
e. Een ILGV in 1 systeem kan een KGV voor verschillende andere systemen zijn;

35. Logische gegevensverzamelingen
Aan welke eisen moet een gegevens verzameling voldoen om hem als een Logische Gegevensverzameling te beschouwen?

a. de gegevens verzameling wordt gebruikt door het te tellen informatiesysteem;
b. de gegevensverzameling is permanent;
c. zowel a. als b.;
d. de gegevensverzameling wordt onderhouden door het informatiesysteem;
e. zowel a, b als d.;

Hoofdstuk 7
36. Criteria invoer functie
Welke criteria zijn belangrijk voor het bepalen of we te maken hebben met een invoerfunctie? a. Is de functie zelfstandig?

b. Is de functie door de gebruiker gevraagd?
c. Passeren er gegevens de systeemgrens?
d. Is de functie uniek?
e. Worden er andere data-element-types toegevoegd, gewijzigd of verwijderd?
f. Verschilt de logische verwerking?
g. Wordt er een transactie gestart?
h. Wordt er besturingsinformatie van buiten het systeem naar binnen gebracht?

37. Detail telling invoerfunctie(1)
Voor het verkoop informatie systeem is er een scherm ontworpen waarmee een aantal gegevens van de verkoper kunnen worden gewijzigd of verwijderd. De naam en geboortedatum gegevens komen uit de gegevensverzameling Medewerker in het personeelsinformatie systeem, dat voor dit doel geraadpleegd wordt. Regio en verkooptitel zijn gegevenselementen in de tabel Verkoper in het Verkoop Informatie Systeem, waarbij regio een verwijzing is naar een regio tabel, die uit code en omschrijving bestaat.
Voer een gedetailleerde functiepunt telling uit op de invoerfuncties.

Hier is het scherm ontwerp:



Er is 1 mogelijke foutboodschap onderkend: De gegevens zijn door een andere gebruiker gewijzigd/verwijderd. De knop “Opslaan” kan leiden tot een nieuw of gewijzigd voorkomen in de gegevensverzameling Verkoper. De knop “Verwijderen” verwijdert de gegevens uit de gegevensverzameling Verkoper.

38. Detail telling invoerfunctie(2)
Voor de gebruiker bij het scherm uit de vorige opgave komt, krijgt de gebruiker eerst een scherm waarin hij de achternaam of een deel van de achternaam kan invoeren. Het systeem toont hierop een lijst van verkopers waarvan de naam aan het zoekcriterium voldoet. De gebruiker kan dan een van de verkopers selecteren, waarna het scherm uit de vorige opgave verschijnt. Hier zijn de scherm ontwerpen:



Wanneer er meer dan 1 verkoper is, verschijnt hierna het verkoper selectiescherm:



Bij selectie van 1 van de verkopers verschijnt het onderhoudsscherm uit de vorige opgave. Maak een gedetailleerde telling van alle gebruikerstransacties.

Hoofdstuk 8
39. Detail telling uitvoer functie
Voor het requirement management systeem, waarvan we in opgave 22 het datamodel zagen, is nu een rapport gedefinieerd. Hier is het invoer scherm waarmee het rapport kan worden opgevraagd:
En hier is de mogelijke uitvoer:

Beide rapporten kunnen door de gebruiker gesorteerd worden door op de titel te klikken. Maak een gedetailleerde telling.

Hoofdstuk 9
40. Detail telling opvraag functie
Voor stakeholders hebben we in het eerder genoemde requirements management systeem een informatiescherm, met de volgende vorm en inhoud:

Het scherm wordt gekozen vanuit een overzichtsrapport met alle stakeholders. De display knoppen worden alleen getoond als er daadwerkelijk iets te tonen valt, anders zijn ze onzichtbaar. Het datamodel is:


Maak een gedetailleerde functiepunt telling. Het overzicht met alle stakeholders hoeft hier niet geteld te worden.

vrijdag 21 juni 2013

FPA certificering - oefenvragen (3)

21. Indicatieve FunctiepuntenTelling
Maak een Indicatieve FunctiepuntenTelling op basis van het volgende conceptueel gegevensmodel voor een Requirements Management Tool:

De klasse Requirement komt uit het Klassendiagram, en komt voor als Functional requirement of als Non-Functional requirement. Functional requirements worden als 3 subklassen uitgewerkt: User Story, Use Case en Other. Deze klassen overerven de eigenschappen van Requirement, maar hebben elk hun specifieke Properties. Daarom zijn ze in de database vertegenwoordigd als aparte tabellen, die in bovenstaand schema ter wille van het overzicht niet zijn weergegeven. Non-functional requirement hebben geen subklasse.

De informatie over tools is relevant voor het nieuwe requirementsmanagement systeem, hoewel het exacte gebruik op dit moment nog niet bekend is. Deze gegevens verzameling is reeds beschikbaar vanuit een incident registratiesysteem, die voor dit doel geraadpleegd kan worden.

22. Vervolg
Het project is een stap verder en vraagt je om een Indicatieve Functiepunt Telling. Inmiddels is het volgende bekend:


Verslagen van gesprekken met Stakeholders dienen te kunnen worden opgeslagen als Report. Wanneer het gesprek in de vorm van een workshop plaats vond, kunnen hier meerdere stakeholders vertegenwoordigd zijn. Een requirement dient altijd in tenminste 1 Report geformuleerd te zijn.
Een Stakeholder heeft altijd een belang in tenminste 1 Systeem, soms in meerdere Systemen.
Er zijn verschillende typen Stakeholders: Operationele medewerkers, Sponsors, Ontwikkelaars, etc.

De entiteiten Tool en Cost voor bestaande Systemen zijn vanuit het Incident management configuratiesysteem beschikbaar en kunnen geraadpleegd worden.

Tool en Stakeholdertype zijn codelijstjes.

Maak een Indicatieve Functiepunt Telling.

23. Wat zijn bij het tellen van pakketten nuttige informatiebronnen
a. schermen
b. menu structuur
c. database
d. handleidingen
e. interviews met gebruikers
f. interviews met de leveranciers

Hoofdstuk 4
24. Hergebruik bestaande code
Voor het realiseren van gespecificeerde functionaliteit, kan soms gebruikt gemaakt worden van bestaande code.
a. Niet geteld
b. Enkelvoudig geteld
c. Dubbel geteld
d. Altijd maar bij 1 systeem geteld.
e. Bij beide systemen geteld maar met een andere productiviteitsfactor

25. Help informatie
Hoe gaan we om met het tellen van help informatie: (meerdere antwoorden mogelijk)
a. Help informatie wordt geheel niet geteld;
b. Alle help informatie over het systeem als geheel telt als 1 OF.
c. Alle helpschermen over 1 scherm van het systeem tellen als 1 OF.
d. Alle help informatie schermen over velden tellen als 1 OF.
e. Elk help scherm telt als 1 OF;

26. Grafiek
Bij een grafiek tellen we:
a. Het aantal datalementen dat in de grafiek wordt weergegeven;
b. Het aantal dataelementen dat noodzakelijk is om de grafiek te maken;

27. Foutmeldingen
Voor foutmeldingen tellen we: (meerdere antwoorden mogelijk)
a. nooit iets
b. Een onderhoudbare entiteit met foutmeldingen telt as 1 ILGV
c. Een onderhoudbare entiteit met foutmeldingen telt als FPA tabel
d. functiemeldingen die op 1 transactie betrekking hebben, tellen als 1 UF
e. functiemeldingen die op 1 transactie betrekking hebben, tellen als 1 element
f. elke melding telt als 1 gegevens element bij het tellen van de gebruikers transactie
g. Fout- en informatie meldingen die worden opgeslagen, die over meerdere gebruikerstransacties gaan of het meermalen gebruiken van een gebruikerstransactie (bijv een logverslag, of een foutverslag) tellen als 1 Uf.

28. Schoningsfuncties
Voor het tellen van schoningsfuncties (het handmatig of periodiek verwijderen van oude gegevens) tellen we:
a. 1 IF voor elke functie die gestart kan worden
b. 1 IF voor elke ILGV die geschoond wordt

29. FPA-tabel
Een gegevensverzameling telt als FPA tabel wanneer (meerdere antwoorden mogelijk)
a. de gegevens in principe constant zijn
b. de verzameling maar 1 exemplaar bevat
c. de verzameling uit een sleutel + omschrijving bestaat (bijv landcode + land + landnummer)
d. het entiteitype bevat grenswaarden, rekenregels, en de sleutel is enkelvoudig
e. de gegevensverzameling bestaat uit een sleutel plus gelijksoortige, verklarende gegevens, bijvoorbeeld verkoper-id, verkopernaam, verkopernaam-kort, verkoper-code

30.FPA-tabellen
Voor FPA tabellen tellen we:
a. De FPA ILGV tabel, met het aantal FPA tabellen als het aantal gerefereerde logische gegevensverzamelingen
b. 1 IF, 1 OF en 1 UF voor de FPA-ILGV
c. De FPA KGV, indien er 1 of meerdere FPA tabellen zijn die elders onderhouden worden;
d. 1 IF, 1 OF en 1 UF voor de FPA-KGV

vrijdag 12 april 2013

FPA certificering - oefenvragen (2)

Like last time, an apology to the english language visitors of this blog. In this post you find part 2 of a series of certification questions for the nesma 2.2 examination.

11. Niveau's van complexiteit
Welke drie niveaus van complexiteit worden onderscheiden? Kruis er drie aan:
a. Eenvoudig
b. Complex
c. Moeilijk
d. Simpel
e. Gemiddeld

12. Functiepunten per complexiteit
Vul het aantal functiepunten per complexiteit in:
EGM
Interne logische gegeve. Verz
Koppelingsgegevensverzameling
Invoerfunctie
Opvraagfunctie
Uitvoerfunctie

13. Functionele omvang
Wat is de Functionele omvang van een informatieverwerkend systeem?
a. De verzameling gebruikersfuncties;
b. De som van het aantal functiepunten van de gebruikersfuncties;
c. De verzameling gegevensverzamelingen en de verzamelde gebruikerstransacties;

Hoofdstuk 3
14. Stappen
Welke stappen worden uitgevoerd bij het maken van een functiepunten telling? (meerdere antwoorden!)
a. Vaststellen aard van de telling;
b. Verzamelen beschikbare documentatie;
c. Stel de systeemgrens vast;
d. Identificeer de gebruikersfuncties en stel de complexiteit hiervan vast;
e. Controleer het resultaat bij de gebruikers;
f. Stem het resultaat af met andere FPA experts indien er interpretatiepunten zijn geweest;
g. Stel vast wie de gebruikers zijn;
h. Stel vast wie de doelgroep is;
i. Stel vast wie de opdrachtgever is;
j.Stel de informatie uitwisseling met andere informatiesystemen vast;

15. indicatieve functiepunten telling
Wat is nodig voor een indicatieve functiepunten telling?
a. Een objectmodel met de volledige levenscyclus van elke klasse;
b. Het logisch gegevensmodel in 5e normaalvorm;
c. Een conceptueel gegevensmodel;

16. De formule voor een indicatieve telling
De formule voor een indicatieve telling op basis van een conceptueel gegevensmodel is:
35 x #ILGV's + 15 * #KGV.
Motiveer de formule;

17. De formule voor een indicatieve telling
Wat is de formule voor een indicatieve telling op basis van een genormaliseerd gegevensmodel?

18. Bronmateriaal
Geef aan welk bronmateriaal noodzakelijk is voor een indicatieve (I), globale (G) of gedetailleerde (D) telling noodzakelijk is:
a. Een conceptueel of genormaliseerd gegevensmodel;
b. Een model dat de gegevensverzamelingen en hun onderlinge relaties toont;
c. Een model dat alle logische gegevensverzamelingen toont met hun onderlinge relaties, en de samenstelling van de logische gegevensverzamelingen;
d. Een model dat de systeemfuncties en hun detaillering tot op data element niveau laat zien met hun ingaande- en uitgaande informatiestromen;
e. Een indicatie waar de logische gegevensverzamelingen worden onderhouden;
f. Een model dat de systeemfuncties laat zien met hun ingaande- en uitgaande informatiestromen;
g. De informatiestromen die lopen tussen het te tellen informatiesysteem en zijn omgeving;
h. Een detaillering van de ingaande en uitgaande informatiestromen en hun detaillering op data element type niveau;

19. Kenmerken
Welke kenmerken dient een informatiesysteem te bezitten?
a. Verzamelen van informatie;
b. Bewaren van informatie;
c. Verplaatsen van informatie;
d. Bewerken van informatie;
e. Veranderen van informatie;
f. Combineren van informatie;
g. Presenteren van informatie;

20. Productomvang
Wat is de formule voor de productomvang van een gewijzigd informatiesysteem?
a. NieuweOmvang = OudeOmvang+NieuweFuncties-VerwijderdeFuncties+GewijzigdeFuncties
b. NieuweOmvang=OudeOmvang+NieuweFuncties-VerwijderdeFuncties+(GewijzigdeFunctiesNieuw-GewijzigdeFunctiesOud);
c. NieuweOmvang=NieuweFuncties+GewijzigdeFuncties+VerwijderdeFuncties